Materialen


De basismaterialen die IFG gebruikt zijn kunststoffen. Dat wil zeggen dat ze via een industrieel chemisch proces worden vervaardigd. Het gaat om zogenoemde ‘polymeren’. Een polymeer is een stof die bestaat uit moleculen die in een opeenvolging van meerdere identieke delen aan elkaar zijn gekoppeld.

Foam, schuimstof of schuimrubber ontstaat door tijdens de productie van de polymeerpockets van gas te creëren. De pockets van gas kunnen gesloten en open zijn. Daarom wordt er gesproken over een open-cell of closed-cell foam. Deze structuur heeft uiteraard een effect op de eigenschappen van de foam.

De structuur met gaspockets bepaalt onder andere het gewicht, de veerkracht en de sterkte van de foam. Door te combineren en te variëren kunnen deze eigenschappen van de foam op verschillende punten worden uitgebreid.

Zo bestaan er vernette en onvernette typen foam. Bij de eerste variant zijn de moleculen van de foam met elkaar verbonden tot een driedimensioneel netwerk. Bij de tweede variant niet. Dit leidt tot unieke eigenschappen.

IFG adviseert u graag over alle mogelijkheden en opties rond gebruik en toepassingen van foam.

Polyetheen (PE): de meest gebruikte kunststof (plastic). Ook de oudere naam polyethyleen wordt nog vaak gebruikt bij de producenten en verbruikers van deze kunststof. Polyetheen wordt gemaakt door polymerisatie van etheen. Etheen wordt verkregen door het afbreken (kraken) van onder andere nafta, een licht derivaat van aardolie.

Polyurethaan (PU): een belangrijke familie polymeren die veel toepassingen kent. Zo wordt het bijvoorbeeld gebruikt als isolatie in de bouw, in meubulair of in koelkasten en vriezers.  PU is een copolymeer dat bestaat uit twee segmenten: een hard of een zacht component.

Polyurea (coating): een twee-componenten polymeer (Isocyanate en Polymer resin) met een hoge moleculaire dichtheid. Na een korte exotherme reactie ontstaat een zeer taaie en bijzonder elastische beschermlaag. Het wordt onder andere gebruikt als kunstmatig alternatief voor leder.